ORTHOPEDISCHE INNOVATIE VOOR MEER BEWEGINGSVRIJHEID

OIM Orthopedie is een van de grootste spelers op het gebied van leveranciers van prothesen en orthesen in Nederland. Het bedrijf kent een aanzienlijke groeicurve sinds haar oprichting in 1981. Deze groei levert volgens financieel directeur Fokke Boomsma namelijk niet alleen voordelen op bij de inkoop, maar ook voor meer slagkracht bij verzekeraars. En dat maakt het net iets makkelijker om in het complexe speelveld van de orthopedie te opereren. Standaard ICT-toepassingen ondersteunen de groei, en maken innovaties mogelijk.
“Een prothese is een hulpstuk dat een lichaams- deel vervangt, denk aan een kunstarm of -been. Een orthese ondersteunt het lichaam – zoals een brace of spalk,” legt Boomsma uit. “Bij OIM maken we beide. Daarnaast leve-ren we orthopedische schoenen, zooltjes en steunkou-sen. Met als doel: ervoor zorgen dat onze klanten kunnen leven zoals ze willen, ondanks hun fysieke beperking.” Oorspronkelijk deed OIM dit in het noordoosten van Nederland, maar na een aantal overnames zit het bedrijf door het hele land: van Den Helder tot Maastricht. Boomsma: “Die groei was nodig om een sterkere partij in de sector te kunnen zijn. Dankzij onze grootte kunnen we nu meer gewicht in de schaal leggen.”

Tussen drie vuren
OIM opereert in een complex speelveld. Bij de ontwikke-ling van bijvoorbeeld een kunstarm zijn maar liefst vier partijen betrokken – die elk een eigen belang hebben. Boomsma: “In de eerste plaats heb je natuurlijk de klant, die bepaalde wensen heeft. Iemand wil graag kunnen werken, sporten of reizen. Vervolgens is er vaak een arts die vanuit medische kennis aanbevelingen doet, waar- bij functionaliteit en comfort voor de klant voorop staan. En dan zijn er de verzekeraars, die proberen de kosten voor prothesen en orthesen zo laag mogelijk te houden. Hier tussenin zitten wij. Een pittige positie soms, want vooral de belangen van klanten en artsen aan de ene kant, en verzekeraars aan de andere, lijken soms te botsen.”

Size does matter
In de praktijk betekent dit dat de specialisten van OIM vaak tegen een vastgestelde vergoeding hoogwaardige producten ontwikkelen. Boomsma: “We zoeken steeds de balans tussen wat een klant nodig heeft om vrij te kunnen leven, en wat de verzekeraar kan vergoeden. Daarbij maken we ons hard voor het belang van de klant. Zo is het mogelijk om een kunsthand te maken die identiek is aan iemands natuurlijke hand, inclusief ader-tjes, sproetjes en moedervlekjes. Zo’n hand is natuurlijk duurder dan een puur functionele prothese. Je begrijpt dat verzekeraars in eerste instantie op het laatste zullen aansturen. Maar als wij aantonen dat de esthetische hand het leven van een klant significant verbetert, kunnen we de verzekeraar wellicht overtuigen. In zulke situaties helpt het dat we een grote partij zijn. Door onze omvang worden we serieuzer genomen.”

Een IT-project met Broad Horizon geeft de specialisten van OIM de ruimte om effectiever te kunnen werken. Want hoe minder tijd medewerkers kwijt zijn aan onderlinge communicatie en administratieve taken, hoe meer tijd ze overhouden voor hun échte werk."

Fokke Boomsma

OIM

Aanhaken bij de wetenschap
Daarnaast probeert OIM haar autoriteit te verste-vigen door aan te haken bij wetenschappelijk onderzoek. Het bedrijf werkt onder andere samen met de Universiteit Leiden en de Rijksuniversiteit Groningen. Boomsma: “Hoewel we geen high tech-prothesen maken, zoals geavanceerde robotknieën, willen we onze vakkennis naar een nog hoger niveau tillen. We leveren prothesen en orthesen waarmee de onderzoeksteams kunnen experimenteren, maar doen ook mee aan studies naar bijvoorbeeld looptechnieken en de beweging van ge-wrichten. Zo blijven we op de hoogte van nieuwe inzich-ten die voor ons vak belangrijk zijn. Het resultaat is dat we onze klanten beter kunnen bedienen, maar ook dat we in gesprekken met verzekeraars meer kennis kunnen inbrengen.”

Harmonisatie via een stevige standaard
Toch blijft het een uitdaging om de balans te vinden tussen optimale producten en oplopende kosten. Een IT-project met Broad Horizon [voorheen Abecon] geeft de specialisten van OIM de ruimte om effectiever te kunnen werken. Want hoe minder tijd medewerkers kwijt zijn aan onderlinge communicatie en administratieve taken, hoe meer tijd ze overhouden voor hun échte werk. Boomsma: “we zijn net begonnen met een grootschalige harmoni-satie: al onze vestigingen moeten met hetzelfde systeem gaan werken. Door onze overnames hebben we een behoorlijk diverse IT-portfolio opgebouwd. Elk systeem hierin is mooi en goed, maar als we efficiënt willen samenwerken, moeten we naar een standaard toe. We zullen nu al onze vestigingen aan een Microsoft-platform koppelen.”

In de paskamer moet het gebeuren
Als dat eenmaal achter de rug is, kan er flink geïnnoveerd worden, verwacht Boomsma. Tot in de paskamer – zo heet de ruimte waar klanten hun nieuwe kunstbeen of schouderbrace krijgen aangemeten. Boomsma: “waar we vroeger fysieke mallen en modellen maakten, gebruiken we nu digitale configuratiemodellen als basis voor onze producten. We willen ernaartoe dat onze specialisten zo’n model al ín de paskamer kunnen maken. Op een tablet, waarbij alle materiaalkeuzes automatisch wor-den doorberekend.” Want zomaar een voet onder een willekeurige knie zetten, dat gaat niet, legt Boomsma uit. “Als je een prothese maakt, heeft elke keuze consequen-ties. Bijvoorbeeld voor de druk die op een gewricht komt te staan. Nu maken we deze berekeningen nog na het pasmoment. Als we deze stap in het proces naar voren halen, kunnen we veel tijd besparen. Bovendien wordt onze dienstverlening er beter van.”

Creativiteit overwint alles
Genoeg plannen, maar eerst moeten nog wat obstakels overwonnen worden. Boomsma: “om effectief met deze configuratietools te kunnen werken, hebben we internet via glasvezel nodig. Op sommige locaties kunnen we dat gewoon aanleggen, maar veel van onze vestigingen zit-ten in het pand bij een ziekenhuis of revalidatiecentrum. Logisch, want we willen dicht bij onze klanten staan. We kunnen niet overal zomaar gaten in de muur boren. Vaak moeten we eerst nog de fysieke infrastructuur in orde maken, voordat we onze nieuwe software-oplossingen kunnen doorvoeren. Aan de andere kant: oplossingen bedenken voor dingen die moeilijk of onmogelijk lijken, hoort bij ons vak. Dus ook hier vinden we iets op.”